ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1428
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsontnemende maatregel bij weigering toegang vreemdeling
De vreemdeling, een staatloze Palestijn, is op 30 september 2001 de toegang tot Nederland geweigerd op Schiphol en vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een verblijfsvergunning en beroep ingesteld tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel.
De rechtbank overweegt dat artikel 73 Vreemdelingenwet Pro 2000, dat de opschorting van de werking van een besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning regelt, alleen van toepassing is indien de vreemdeling toegang tot Nederland heeft. Omdat de vreemdeling op grond van artikel 3 Vw Pro de toegang is geweigerd, is er nooit sprake geweest van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 Vw Pro. Hierdoor is de opschorting van artikel 73 Vw Pro niet van toepassing.
De rechtbank acht de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig en oordeelt dat er voldoende zicht is op uitzetting op korte termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.