ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel na afwijzing asielaanvraag en terugkeermogelijkheden naar Noord-Irak
De vreemdelinge, van Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel na de afwijzing van haar asielaanvraag. De rechtbank heeft onderzocht of feitelijke afreis naar Noord-Irak mogelijk is en of de maatregel daarom moet worden opgeheven.
Verweerder heeft toegelicht dat terugkeer met begeleiding van het Internationaal Instituut voor Migratie (IOM) via Turkije na een tijdelijke opschorting weer mogelijk is vanaf januari 2002. Ook via Syrië is terugkeer mogelijk, hoewel daar weinig belangstelling voor is. Gedwongen uitzetting naar Noord-Irak is niet mogelijk. De vreemdelinge kan gebruikmaken van reguliere IOM-faciliteiten, maar niet van het REAN+-programma vanwege haar inreisdatum.
De rechtbank oordeelt dat van de vreemdelinge mag worden verwacht dat zij meewerkt aan vrijwillige terugkeer met IOM-ondersteuning. Het feit dat zij geen stappen heeft ondernomen, weegt in haar nadeel. Er zijn geen omstandigheden die voortzetting van de maatregel onrechtvaardig maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelinge tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.