ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning Turkse vreemdeling wegens mvv-vereiste
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1992 in Nederland verblijft, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning met het doel zelfstandig te werken. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van het mvv-vereiste, waarbij eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiser voerde aan dat het mvv-vereiste niet op hem van toepassing kon zijn vanwege de standstill-bepaling in artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije, die nieuwe beperkingen op het gebied van vestiging en verblijf van Turkse onderdanen sinds 1973 verbiedt. Het Europese Hof van Justitie bevestigde in het arrest Savas (C-37/98) dat deze bepaling rechtstreekse werking heeft.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd of de regeling van artikel 16a Vreemdelingenwet 1965 een nieuwe beperking vormde in strijd met de standstill-bepaling. Ook had verweerder nagelaten te beoordelen of de ongewenstverklaring van eiser een belemmering vormde voor zijn toelating. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak was beslist. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.