ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1954
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en beoordeling verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een Guinese nationaliteit, verzocht in oktober 2000 om asiel in Nederland. Zijn aanvraag werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst afgewezen vanwege het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten en onvoldoende geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Eiser stelde dat hij als rebel werd beschouwd door militairen in Guinee en dat hij bij terugkeer gevaar loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de afwijzing van de asielaanvraag niet mede de weigering van een verblijfsvergunning voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) omvatte, en dat hierover ambtshalve nog moet worden beslist. De rechtbank achtte het redelijk dat eiser de primaire ambtshalve beslissing over de amv-verblijfsvergunning mag afwachten, gezien het rechtmatig verblijf tijdens de procedure.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen documenten kon overleggen die zijn identiteit en nationaliteit konden bevestigen en dat dit afbreuk deed aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Tevens was niet aannemelijk dat eiser persoonlijk gevaar loopt vanwege politieke vervolging of andere gronden voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Er werd geen aanleiding gezien om eiser te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag terecht afgewezen.