ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1960
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens overschrijding 48-uurstermijn in asielaanvraagprocedure
Verzoekster, een Nigeriaanse asielzoekster, diende op 11 maart 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd op 14 maart 2002 afgewezen in het kader van de aanmeldcentrumprocedure (ac-procedure), waarbij de beslissing binnen 48 proces-uren moet worden genomen. Verzoekster stelde dat deze termijn was overschreden omdat de procedure op 10 maart 2002 om 15.20 uur was begonnen en de beschikking pas op 14 maart 2002 om 19.10 uur werd uitgereikt.
Verweerder stelde dat de 48-uurstermijn pas op 11 maart 2002 om 16.05 uur opnieuw was gestart, omdat verzoekster bij de intake een valse naam had opgegeven en pas op dat tijdstip haar juiste identiteit had verstrekt. De rechtbank oordeelde echter dat alle uren vanaf de eerste aanmelding tot de beschikking als procesuren moeten worden aangemerkt, tenzij verweerder kan aantonen dat bepaalde uren niet voor onderzoek konden worden benut. Dit was niet het geval, aangezien het eerste deel van de ac-procedure juist bedoeld is om de identiteit vast te stellen.
De rechtbank overwoog verder dat vluchtelingen vanwege hun kwetsbare positie niet kunnen worden verweten hun ware identiteit pas te geven nadat zij zekerheid hebben dat zij zonder vrees hun verhaal kunnen doen. Daarom werd het standpunt van verweerder verworpen en werd het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de 48-uurstermijn en het besluit wordt vernietigd.