ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2000
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en asielaanvraag ongewenst verklaarde vreemdeling
Een vreemdeling, ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000, werd in bewaring gesteld zonder dat hem de mogelijkheid werd geboden om een asielaanvraag in te dienen. De rechtbank stelt dat het niet tijdig toestaan van een asielaanvraag in het algemeen kan leiden tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat een asielaanvraag de grondslag voor bewaring wijzigt en binnen een termijn van vier weken op de aanvraag beslist moet worden.
In dit geval geldt echter dat de vreemdeling, als ongewenst verklaarde, geen rechtmatig verblijf heeft na het doen van een aanvraag, waardoor artikel 59 lid 1 sub a van Pro de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing blijft en de termijn van vier weken uit lid 4 niet. Desondanks acht de rechtbank het belang van de vreemdeling zodanig dat ook voor ongewenst verklaarde vreemdelingen de aanvraag in behandeling moet worden genomen en binnen een redelijke termijn, vergelijkbaar met vier weken, moet worden beslist.
Omdat deze termijn nog niet was verstreken, oordeelt de rechtbank dat de bewaring niet onrechtmatig is. De rechtbank constateert verder dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft, geen identiteitspapieren heeft, meerdere aliassen gebruikt, wordt verdacht van een misdrijf en zich mogelijk aan uitzetting onttrekt. De bewaring is daarom gerechtvaardigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring van de vreemdeling.