ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2002
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek vanwege onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar in Ivoorkust
Verzoeker, afkomstig uit Ivoorkust en lid van de Malinke bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen in de AC-procedure. Hij stelde dat hij vanwege politieke activiteiten en negatieve aandacht van autoriteiten gevaar liep in zijn land van herkomst. De rechtbank overwoog dat ondanks de ernst van de situatie in 2000, de omstandigheden sinds maart 2001 waren verbeterd en verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk wordt gezocht of vervolgd.
Verzoeker overhandigde een in het Frans opgesteld stuk dat een aanhoudingsbevel zou zijn, maar de rechtbank achtte dit document niet geloofwaardig vanwege de faxkopie, afwijkende naam en timing. Ook de huiszoekingen door de politie werden niet als voldoende bewijs van vervolgingsgevaar gezien, mede omdat verzoeker daarbij ongemoeid was gelaten.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker geen reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.