ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en weigering verblijfsvergunning zonder beperkingen na beoordeling geloofwaardigheid en risico op vervolging
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 12 september 1998 een asielaanvraag in en kreeg aanvankelijk een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Hij wilde zijn echtgenote laten overkomen via gezinshereniging en had daardoor procesbelang bij voortzetting van de procedure. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen de weigering van een onbeperkte verblijfsvergunning.
De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden in het relaas van eiser over zijn vertrek uit Afghanistan en twijfelde aan de geloofwaardigheid van zijn verhaal. Eiser stelde vervolging te vrezen vanwege lidmaatschap van de DVPA, activiteiten voor de Mudjaheddin en het drijven van een winkel die de Taliban als anti-religieus beschouwden. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs voor een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat het lidmaatschap van de DVPA als jeugdlid onvoldoende is om vluchtelingenstatus te verlenen en dat de Taliban niet bekend was met zijn activiteiten. Ook was niet aannemelijk dat hij vanwege zijn winkel of politieke activiteiten vervolgd zou worden. Gezien de omstandigheden kon verweerder de vergunning zonder beperkingen met recht weigeren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor kostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van een onbeperkte verblijfsvergunning bevestigd.