ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2661
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- W.J. van Brussel
- M.C.C. van de Schepop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende beoordeling banden Noord-Irak
Eiseres, een Iraakse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank had in een eerdere uitspraak van 11 oktober 2000 het besluit van verweerder vernietigd omdat niet was beoordeeld of eiseres banden had met Noord-Irak, een vereiste voor het vestigingsalternatief.
Verweerder nam op 18 juli 2001 een nieuw besluit waarin hij opnieuw de vergunning weigerde, maar wederom naliet te onderzoeken of eiseres banden heeft met Noord-Irak. De rechtbank oordeelde dat dit niet voldeed aan de eerdere uitspraak en dat de opmerking over de beschikbaarheid van gezondheidszorg onvoldoende was, omdat ook andere essentiële basisvoorzieningen onderzocht moeten worden.
Eiseres stelde schade te hebben geleden door het niet tijdig nemen van een beslissing, waaronder het niet kunnen verkrijgen van huisvesting en werk en kosten voor de opleiding van haar zoon. De rechtbank verwierp deze schadevordering omdat niet vaststaat dat zij aanspraak heeft op een vergunning en de immateriële schade wegens onzekerheid werd niet als aantasting van haar persoon erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 18 juli 2001 en beval verweerder binnen tien weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van de banden met Noord-Irak en het driejarenbeleid. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het niet tijdig beslissen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 18 juli 2001 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen tien weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de banden van eiseres met Noord-Irak.