ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2672
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende voortvarendheid en onrechtmatigheid
De vreemdelinge, van Liberiaanse nationaliteit, werd op 21 maart 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel in het Grenshospitium. De maatregel werd gebaseerd op vermeend misbruik van de asielprocedure en frustratie van onderzoek naar identiteit en nationaliteit.
De rechtbank oordeelt dat er geen beleidsmatige grondslag is voor het voortzetten van de vrijheidsontnemende maatregel op basis van misbruik van de asielprocedure. De vreemdelinge sprak uitsluitend de Gramma-taal, sprak zeer slecht Engels en begreep de tolk slecht. De vermeende onjuistheid over haar reisroute kon haar niet zonder meer worden tegengeworpen. De maatregel kon wel worden gebaseerd op de noodzaak van nader onderzoek volgens de Vreemdelingencirculaire, maar verweerder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld.
Verweerder had vanaf plaatsing in het Grenshospitium geen nader onderzoek verricht en kon geen concreet tijdpad geven voor de procedure. De voortzetting van de maatregel vanaf de zittingsdatum is daarom onrechtmatig. De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel per 4 april 2002, kent een schadevergoeding van €90 toe voor twee dagen verblijf en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €322.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en de vreemdelinge ontvangt een schadevergoeding van €90.