ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2674
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel bij toegang weigering staatloze Palestijn
Een staatloze Palestijn werd op 30 september 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en tegelijkertijd werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De maatregel werd aanvankelijk door de rechtbank bevestigd, maar later werd door de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening toegewezen die verwijdering tijdens de bezwaarprocedure verbood.
Verweerder handhaafde desalniettemin de vrijheidsontnemende maatregel zonder enige motivering, ondanks het verbod van de voorzieningenrechter. De rechtbank overweegt dat bij een toegewezen voorlopige voorziening de maatregel dient te worden opgeheven en dat de beslistermijn van maximaal zes weken in artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 grenzen stelt aan de voortzetting van dergelijke maatregelen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 27 maart 2002 en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Er is geen gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 27 maart 2002 wegens onrechtmatigheid.