ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking visa wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning voor practicanten
Verzoekers, Indiase nationaliteit, reisden in februari 2002 naar Nederland met een geldig reisvisum voor maximaal drie maanden om als practicant bij AE Rotor Techniek B.V. (AERT) te werken. Bij aanmelding bij de vreemdelingendienst werd hen medegedeeld dat een tewerkstellingsvergunning (twv) vereist was. In maart 2002 werden hun visa ingetrokken omdat zij zonder twv arbeid verrichtten. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om voorlopige voorziening om hun scholing af te ronden en uitzetting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers in het vertrouwen waren gekomen dat zij met het visum als practicant mochten werken, mede omdat het Nederlandse consulaat in India hen hierover onjuist had voorgelicht. Eerder waren al groepen met hetzelfde visum naar Nederland gekomen en als practicant aan het werk gegaan zonder twv. Het bedrijf had na constatering van het twv-vereiste direct stappen ondernomen om een twv te verkrijgen. De intrekking van de visa was onzorgvuldig voorbereid en genomen.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, de intrekking van de visa geschorst en verweerder veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk dat op de aanvraag om een twv positief zal worden beslist en vond uitzetting daarom niet gerechtvaardigd.
Uitkomst: De intrekking van de visa wordt geschorst en verzoekers mogen hun scholing afronden zonder uitzetting.