ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. Lely - van Goch
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Liberiaanse asielzoeker wegens verslechterde situatie in Liberia
Verzoeker, van Liberiaanse afkomst, vluchtte in 1999 naar Nederland na detentie en mishandeling door troepen in Liberia. Zijn asielaanvraag werd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar en geloofwaardigheid.
Verzoeker stelde dat de situatie in Liberia sinds het laatste ambtsbericht van maart 2001 sterk verslechterd was, onder meer door het uitroepen van de noodtoestand in februari 2002. De rechtbank constateerde dat deze recente informatie concrete twijfel opriep over de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht waarop het besluit was gebaseerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er redelijke twijfel bestaat of verzoeker geen verblijfsvergunning zou moeten krijgen vanwege bijzondere hardheid bij terugkeer. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waardoor uitzetting werd opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris van Justitie tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist vanwege twijfel over de situatie in Liberia.