ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3439
Rechtbank 's-Gravenhage
- Herziening
- J.E. van den Steenhoven - Drion
- Rechtspraak.nl
Herziening uitspraak bewaring vreemdeling wegens voortgezet identiteitsonderzoek
Verzoeker werd voor het eerst in bewaring gesteld op 22 juli 2000 en op 15 augustus 2000 werd een laissez-passer aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten. Na opheffing van de bewaring op 24 augustus 2000, werd verzoeker opnieuw in bewaring gesteld op 19 augustus 2001. De rechtbank stelde vast dat het onderzoek bij de Algerijnse autoriteiten ook na de eerste opheffing voortduurde en dat verweerder hierover wekelijks rapporteerde, hetgeen aanvankelijk ontkend werd.
Verzoeker stelde dat deze voortzetting van het onderzoek niet bekend was bij de eerdere uitspraken, waardoor deze op grond van artikel 8:88 Awb Pro herzien moesten worden. De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijkerwijs gebruik kon maken van het reeds lopende onderzoek, maar dat naarmate dit langer duurde, de informatievoorziening over de termijn en verwachting van afgifte van het laissez-passer moest verbeteren.
Omdat verweerder deze informatie niet tijdig had verstrekt en onjuiste informatie had gegeven, had de rechtbank eerder de bewaring moeten opheffen. De bewaring werd daarom onrechtmatig verklaard vanaf 17 oktober 2001 tot en met 3 januari 2002. Verzoeker kreeg een schadevergoeding van €5530 toegekend en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt eerdere uitspraken en verklaart de bewaring onrechtmatig vanaf 17 oktober 2001, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan verzoeker.