ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vrijheidsontnemende maatregel wegens niet-bekendmaking plaatsingsbeschikking
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd op 17 maart 2002 de toegang tot Nederland geweigerd en onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel. De asielaanvraag van eiser werd op 21 maart 2002 afgewezen, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel werd gehandhaafd. Eiser voerde aan dat de plaatsingsbeschikking van 24 maart 2002, die de voortzetting van de maatregel regelde, niet in een voor hem begrijpelijke taal was bekendgemaakt en dat de inhoud en strekking daarvan niet aan hem waren medegedeeld.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de beschikking van 17 maart 2002 wel in het Engels was uitgereikt en eiser deze taal voldoende beheerst, de plaatsingsbeschikking van 24 maart 2002 niet aan eiser was meegedeeld vanwege communicatieproblemen. Dit is in strijd met artikel 5, tweede lid, EVRM en de Vreemdelingencirculaire 2000, waardoor de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 28 maart 2002 en kende eiser een schadevergoeding toe van EUR 280,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van EUR 322,--. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt onrechtmatig bevonden, met opheffing en schadevergoeding tot gevolg.