ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking vestigingsvergunning en ongewenstverklaring wegens moordveroordeling
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1989 in Nederland verbleef en sinds 1994 een vestigingsvergunning had, werd in 1999 onherroepelijk veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord en medeplegen van het verbergen van een lijk. Naar aanleiding hiervan trok de Staatssecretaris van Justitie in december 1999 de vestigingsvergunning in en verklaarde eiser ongewenst.
Eiser stelde in beroep dat hij aanspraak kon maken op bescherming op grond van artikel 6 en Pro 14 van het Associatiebesluit 1/80 en dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan het vereiste van vier jaar legale arbeid vanwege een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid en dat artikel 14 van Pro het Besluit de aanspraken op grond van artikel 6 in Pro de weg stond.
De rechtbank vond dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd was vanwege het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid, en dat eiser zijn gezinsleven ook in Turkije kon uitoefenen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de Staatssecretaris gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking van de vestigingsvergunning en ongewenstverklaring wegens moordveroordeling wordt ongegrond verklaard.