ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3461
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.H. van Meegen
- I. Corbey
- P.K. Nihot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanvraag verblijfsvergunning op grond van traumabeleid en asielgerelateerde gronden
Een Angolees echtpaar heeft na een afgehandelde asielaanvraag een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard, met een beroep op het traumabeleid. Verweerder verwees deze aanvraag door naar het aanmeldcentrum (AC) omdat het asielgerelateerde gronden betrof.
De rechtbank stelt vast dat de plaatsing van een sticker op de aanvraag waarin wordt aangegeven dat asielgerelateerde gronden niet inhoudelijk worden beoordeeld, geen besluit is in de zin van de Awb, maar een voorbereidingshandeling. Volgens de parlementaire geschiedenis van artikel 15a Vreemdelingenwet (oud) is een strikte scheiding tussen reguliere en asielgerelateerde verblijfsdoelen beoogd, waarbij asielgerelateerde aanvragen via het AC moeten worden ingediend.
Eisers voerden aan dat het niet redelijk is om een nieuwe asielaanvraag in het AC te doen, omdat eerdere aanvragen kennelijk ongegrond werden verklaard. De rechtbank overweegt echter dat verweerder verplicht is ambtshalve te beoordelen of op grond van asielgerelateerde klemmende humanitaire redenen een verblijfsvergunning kan worden verleend, ook bij een tweede aanvraag.
Verder oordeelt de rechtbank dat de niet-ontvankelijkverklaring van het administratief beroepschrift en de afwijzing van het bezwaarschrift standhouden. De klachten over de goede trouw van verweerder en het niet horen van eisers worden verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevoerde medische gronden en traumabeleid leiden niet tot een andere uitkomst.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van traumabeleid wordt afgewezen.