ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens niet-onverwijlde melding en onvoldoende geloofwaardigheid
Verzoeker, van Kameroense nationaliteit, diende een asielaanvraag in na circa drie maanden verblijf in Nederland, nadat hij was aangehouden met een vals paspoort bij een poging tot uitreis. Volgens de jurisprudentie moet een asielzoeker zich binnen ongeveer twee dagen onverwijld melden; deze termijn is ruimschoots overschreden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van reisdocumenten hem niet kan worden toegerekend. Ook is zijn verhaal over lidmaatschap van de SDF en het risico op vervolging onvoldoende geloofwaardig, mede omdat hij niet ondergedoken is gegaan ondanks politie-invallen en geen oproep tot militaire dienst heeft ontvangen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding om de uitzetting op te schorten. Partijen worden niet veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 18 maart 2002.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.