ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig binnentreden en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
De vreemdeling, van Bulgaarse nationaliteit, werd op 12 februari 2002 in bewaring gesteld. Hij stelde dat het binnentreden van het pand waar hij werd aangetroffen onrechtmatig was omdat niet duidelijk was wie toestemming gaf en in welke taal dit gebeurde. De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal onvoldoende duidelijkheid bood over de wijze van toestemmingverlening, vooral gezien taalbarrières van de bewoners.
De rechtbank oordeelde dat zonder schriftelijke machtiging het binnentreden onbevoegd was, conform artikel 2 van Pro de Awbi. Het huisrecht van de vreemdeling was hierdoor geschonden, waardoor de daaropvolgende staandehouding en inbewaringstelling onrechtmatig waren. De rechtbank wees het beroep van de vreemdeling toe.
Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van EUR 515,00 voor de periode van detentie, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele waarborgen bij binnentreden en bescherming van het huisrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege onbevoegd binnentreden, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan de vreemdeling.