ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3809
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ontslag wegens bezit van harddrugs buiten dienst
Verzoeker, beroepsmilitair bij de Koninklijke Luchtmacht, werd op 1 december 2001 ontslagen wegens wangedrag buiten dienst, namelijk het bezit van vijf XTC-pillen bij een discotheekcontrole. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslagbesluit niet zorgvuldig was voorbereid en dat een zorgvuldige belangenafweging ontbrak. Verweerder had de uitkomst van de strafrechtelijke procedure niet afgewacht, terwijl het Gerechtshof de verzoeker schuldig verklaarde zonder strafoplegging.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het enkele feit van strafvervolging wegens een drugsdelict buiten dienst niet zonder meer tot ontslag kan leiden als de uitkomst van de strafprocedure niet is afgewacht. Tevens werd overwogen dat verzoeker geen drugsgebruik had en niet betrokken was bij handel of verspreiding binnen de krijgsmacht. De omstandigheden van het bezit werden als onhandig maar niet schadelijk voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht beoordeeld.
De procedure was bovendien niet zorgvuldig verlopen; verzoeker was niet gehoord in aanwezigheid van een raadsman en verweerder kon geen concrete belangenafweging aantonen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verzoeker tot zes weken na de uitspraak in het beroep behandeld alsof hij in dienst bleef. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig in dienst gehouden tot zes weken na uitspraak in het beroep tegen het ontslagbesluit.