ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid asielaanvraag wegens niet-onverwijlde melding verworpen
Eiser, afkomstig uit Mauritanië, verzocht om toelating als vluchteling en subsidiair om een verblijfsvergunning wegens klemmende humanitaire redenen. Hij stelde te zijn gedetineerd en gemarteld vanwege vermeend lidmaatschap van de FLAM. De aanvraag werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-onverwijlde melding en subsidiair afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag niet zonder nadere confrontatie met de tegenstrijdige verklaringen van eiser en zijn neef niet-ontvankelijk kon worden verklaard. De datum van aankomst was onduidelijk en de verklaring over de melding bij de vreemdelingenpolitie verschilden. De rechtbank volgde verweerder niet in het standpunt dat de aanvraag niet-ontvankelijk was.
Inhoudelijk vond de rechtbank het asielrelaas onvoldoende aannemelijk en zwaarwegend. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat eiser persoonlijk gegronde vrees voor vervolging had, mede omdat hij voorafgaand aan zijn arrestatie geen problemen had en zijn detentie niet duidde op een gevaarlijke status. Ook de vermeende discriminatie van zijn bevolkingsgroep was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking kwam voor vluchtelingenstatus en dat ook geen klemmende humanitaire redenen voor verblijf waren gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en niet-onverwijlde melding.