ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3852
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.A.C. Hofman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vanwege vertrekmoratorium Irak
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker die sinds 1998 in Nederland verblijft, heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting te voorkomen zolang zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag nog loopt.
De rechtbank stelt vast dat sinds 21 mei 2002 een vertrekmoratorium geldt voor asielzoekers uit Centraal-Irak, waaronder verzoeker valt. Dit moratorium betekent dat verzoeker momenteel rechtmatig in Nederland verblijft en niet uitzetbaar is. De duur van het moratorium is onzeker en hangt af van politieke besprekingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed om een voorlopige voorziening te treffen, omdat geen dreigende uitzetting bestaat. De mogelijkheid dat het moratorium wordt beëindigd voordat op het bezwaar is beslist, is onvoldoende om spoed aan te nemen. Verweerder heeft toegezegd tijdig te zullen aankondigen als uitzetting wordt overwogen, zodat verzoeker dan opnieuw een verzoek kan indienen.
Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er zijn geen aanwijzingen voor toewijzing van proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen vanwege het geldende vertrekmoratorium.