ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4493
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken wegens ontbreken klemmende humanitaire redenen en vestigingsalternatief in Armenië
Verzoekers, van Azerbeidzjaanse en Armeense afkomst, dienden in 1998 asielaanvragen in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst werden afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardige asielmotieven en het ontbreken van reis- of identiteitspapieren. De rechtbank beoordeelde of verweerder op het bezwaar moest beslissen volgens de oude Vreemdelingenwet of de nieuwe Vreemdelingenwet 2000, en oordeelde dat de nieuwe wet van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers geen klemmende humanitaire redenen hadden om niet terug te keren naar hun land van herkomst, mede omdat zij zich kunnen vestigen in Armenië. De medische en traumatische klachten van verzoekers werden onvoldoende onderbouwd om een uitzondering te rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de bestreden besluiten voldoende waren gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid.
De rechtbank verwierp het beroep van verzoekers en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. De rechter kon de rechtsgevolgen van de besluiten niet beoordelen op hun eigen merites omdat de afwijzing van de asielaanvragen zelf rechtmatig was. De uitspraak bevestigt dat overgangsrecht van de Vreemdelingenwet 2000 inhoudt dat lopende bezwaren met toepassing van de nieuwe wet worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielverzoeken af en verklaart de beroepen ongegrond.