ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke procedure over verblijfsvergunning asiel en procesbelang
Eiser, een vreemdeling met de Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 12 april 2000 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Verweerder verleende hem bij besluit van 28 augustus 2001 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 1 juni 2001. Eiser stelde dat zijn verblijfsrechtelijke positie in de periode van 12 april 2000 tot 1 juni 2001 niet naar behoren was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep, ook al zou het rechterlijk oordeel geen wijziging in zijn materiële rechtspositie betekenen. Dit volgt uit de aard van de rechtsbescherming in de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 117 Vw Pro 2000 omdat het geen beslissing bevat over de verblijfsrechtelijke positie van eiser in de periode vóór de verlening van de vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het niet besliste over de periode van 12 april 2000 tot 1 juni 2001, en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor de periode 12 april 2000 tot 1 juni 2001.