ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus toegekend aan Somalische minderjarige ondanks eerdere afwijzing
Eiser, een minderjarige Somalische nationaliteit behorend tot de Ashraf bevolkingsgroep, diende op 25 december 2000 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Verweerder (IND) wees deze aanvraag op 9 juli 2001 af, stellende dat de bedreigingen en ontvoering van eiser het gevolg waren van willekeurig banditisme en niet van vervolging op grond van etnische afkomst.
Eiser stelde dat hij en zijn familie doelwit waren van etnisch gemotiveerd geweld, waarbij zijn vader werd gedood en hijzelf werd ontvoerd en mishandeld. De rechtbank stelde vast dat het relaas van eiser geloofwaardig, consistent en in overeenstemming met de situatie in Somalië was. Op basis van de REK-uitspraak van 14 juli 2000 oordeelde de rechtbank dat een lid van de Reer Hamar reeds als vluchteling moet worden erkend indien sprake is van enige mate van op de persoon gerichte vervolging gerelateerd aan etnische afkomst.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanspraken van eiser op vluchtelingenstatus heeft miskend en vernietigde het besluit. Daarnaast verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk voor het deel dat betrekking had op de verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv), omdat daarvoor eerst bezwaar bij verweerder moest worden gemaakt. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en kreeg een termijn van dertien weken om een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de IND en beveelt een nieuw besluit te nemen waarbij de vluchtelingenstatus van eiser wordt erkend, maar verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor het amv-gedeelte.