ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4554
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling positieve verplichting tot verblijf voor gezinsleven bij gezinshereniging
Eiseres, een minderjarige Chinese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland voor gezinshereniging met haar moeder, die sinds 2000 een verblijfsvergunning en inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van familierechtelijke relatie en het ontbreken van een feitelijke gezinsband, mede omdat eiseres duurzaam was opgenomen in een ander gezin in China.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat de feitelijke gezinsband was verbroken, gezien de duurzame opname van eiseres bij grootouders en het ontbreken van substantiële financiële en verzorgende betrokkenheid van de moeder sinds 1994. Tevens werd geoordeeld dat er geen klemmende humanitaire redenen waren die toelating rechtvaardigden.
Echter stelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat geen positieve verplichting bestond op grond van artikel 8 EVRM Pro om verblijf toe te staan teneinde het gezinsleven met de moeder te effectueren. De situatie werd vergeleken met een EHRM-uitspraak waarin ondanks het ontbreken van financiële bijdrage een positieve verplichting werd aangenomen.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden beschikking en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moest beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staat der Nederlanden aangewezen om het griffierecht en proceskosten aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering tot verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de positieve verplichting tot verblijf voor gezinsleven.