ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4742
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking buiten behandeling stelling aanvraag verblijfsvergunning Somalische asielzoeker
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) overlegd had, zoals vereist volgens artikel 16a van de Vreemdelingenwet. Eiser voerde aan dat terugkeer naar Somalië om een mvv aan te vragen feitelijk onmogelijk is vanwege de onveilige situatie en het ontbreken van geldige reisdocumenten.
De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende objectieve aanknopingspunten had geleverd om te onderbouwen dat Somalische reisdocumenten door buurlanden en luchtvaartmaatschappijen worden geaccepteerd. De door verweerder overgelegde brief van het IOM en andere stukken boden onvoldoende bewijs dat terugkeer en het verkrijgen van een mvv praktisch mogelijk zijn. De rechtbank stelde dat verweerder het beroep op de hardheidsclausule onvoldoende had gemotiveerd weerlegd.
Gelet op het ontbreken van een deugdelijke motivering vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en wees de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen is vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvoldoende onderbouwing van de mogelijkheid tot terugkeer en aanvraag mvv.