ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5237
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens medische behandeling en 1F gedragingen
Eiser, een Srilankaanse Tamil met een verleden als kindsoldaat, werd de verblijfsvergunning geweigerd op grond van artikel 3.77 Vreemdelingenbesluit 2000 wegens gedragingen als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Daarnaast werd verweerder van mening dat medische behandeling van eisers PTSS en depressiviteit in Colombo beschikbaar was, waardoor geen vergunning voor medische behandeling werd toegekend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reële mogelijkheid bestaat voor eiser om adequate medische zorg te ontvangen in Sri Lanka. Het advies van het Bureau Medische Advisering hield onvoldoende rekening met rapporten van belangenorganisaties die stelden dat Tamils feitelijk geen toegang hebben tot medische zorg in Colombo. Ook was niet gebleken dat begeleiding tijdens terugkeer en overdracht aan een behandelaar gewaarborgd is.
De rechtbank stelt vast dat eisers klachten ernstig zijn, met een reëel suïciderisico bij stopzetting van behandeling. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens is een voorlopige voorziening toegekend die uitzetting verbiedt totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat asielgerelateerde gronden niet in deze reguliere procedure beoordeeld kunnen worden en dat eiser een aparte aanvraag moet indienen voor verblijfsvergunning asiel. De medische situatie en risico’s bij verwijdering zijn echter wel relevant voor de beoordeling van de medische verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning vernietigd; uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.