ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5345
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.J.B. Corbey
- F.M.D. Aardema
- P.J.M. Mol
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mvv-vereiste en Associatieovereenkomst EG-Bulgarije in verblijfsvergunning muziekberoep
Eiser, een Bulgaarse musicus, verzocht om een verblijfsvergunning voor zelfstandige werkzaamheden in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een vereiste volgens de Nederlandse Vreemdelingenwet 1965 (oud). Eiser stelde dat dit mvv-vereiste in strijd was met de artikelen 45 en 59 van de Associatieovereenkomst tussen de EG en Bulgarije, die het recht op vestiging van Bulgaarse onderdanen regelt.
De rechtbank overwoog dat het arrest Barkoci en Malik van het Hof van Justitie EG, waarin de reikwijdte van de artikelen 45 en 59 van een vergelijkbare Associatieovereenkomst met Tsjechië werd behandeld, niet meebrengt dat het Nederlandse mvv-vereiste onrechtmatig is. Het mvv-vereiste vormt een stelsel van voorafgaande controle dat niet bedoeld is om de uitoefening van rechten van Bulgaarse onderdanen onmogelijk of buitengewoon moeilijk te maken.
Eiser voerde ook aan dat hij ten onrechte niet is gehoord op zijn bezwaarschrift en dat het bezwaar onterecht geen schorsende werking had. De rechtbank stelde vast dat verweerder op grond van de aard van het geschil en eerdere motiveringen van horen mocht afzien. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de door eiser aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren.
Gelet op de juridische toetsing en het ontbreken van een redelijke kans van slagen op het bezwaar, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van verweerder.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een geldige mvv wordt ongegrond verklaard.