ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 25 juni 2002 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortzetting van een maatregel van bewaring van een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit. Eerder was geoordeeld dat de bewaring rechtmatig was, maar sindsdien is gebleken dat presentaties bij de Algerijnse autoriteiten niet langer mogelijk zijn en dat geen zicht bestaat op een wijziging van deze situatie.
De gemachtigde van de Staatssecretaris van Justitie kon slechts aangeven dat er op 25 juni 2002 contacten zouden zijn met de Algerijnse vertegenwoordiging om de impasse te doorbreken, maar er werden geen concrete mededelingen gedaan over de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring. Gezien het inmiddels drie maanden durende stagnatieproces en het ontbreken van een eigen visie of afweging door verweerder, concludeert de rechtbank dat er geen redelijk zicht meer is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring per 25 juni 2002 en veroordeelt de verweerder in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.