ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5497
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na asielaanvraag en opheffing
De vreemdelinge, een Chinese nationaliteit, werd op 5 mei 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, het niet beschikken over een geldig identiteitsbewijs en het onttrekken aan vreemdelingentoezicht. De bewaring werd opgelegd in het belang van de openbare orde en met het oog op uitzetting.
De bewaring werd op 7 mei 2002 opgeheven nadat bleek dat onvoldoende celruimte beschikbaar was voor alle 52 aangehouden illegale Chinezen, mede door de te verwachten ongeregeldheden rond de Europacupfinale op 8 mei 2002. De vreemdelinge had voorafgaand aan de bewaring een asielaanvraag ingediend, waarop haar gemachtigde stelde dat de bewaring onrechtmatig was opgelegd en zij direct in vrijheid had moeten worden gesteld.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring op 5 mei 2002 niet onrechtmatig was, omdat verweerder niet kon voorzien dat voldoende celruimte pas op 8 mei 2002 beschikbaar zou zijn. De keuze om de bewaring op 7 mei 2002 op te heffen en de vreemdelinge met een meldplicht vrij te laten, was gerechtvaardigd gezien de omstandigheden. Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de bewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.