ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5506
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens overschrijding 48-uursprocedure asielaanvraag door tolkenprobleem
Eiser, een asielzoeker uit de Democratische Republiek Congo, diende op 31 mei 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie, wees deze aanvraag af binnen de zogenoemde AC-procedure, die vereist dat een beslissing binnen 48 procesuren wordt genomen.
Eiser stelde dat deze termijn werd overschreden vanwege een langdurige wachttijd op een tolk, namelijk 13 uur en 25 minuten, wat beduidend langer was dan de enkele uren die in eerdere jurisprudentie als acceptabel werden beschouwd. De rechtbank constateerde dat essentiële gegevens over de tolktijden ontbraken in het dossier, maar aangezien eiser niet had betwist dat de in de beschikking genoemde tijden feitelijk juist waren, nam de rechtbank deze als uitgangspunt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de procedure zodanig moet inrichten dat de drie procesuren voor het indienen van een zienswijze ononderbroken kunnen worden benut. Door de lange wachttijd op de tolk en het feit dat de tolk pas laat beschikbaar kwam, was dit niet mogelijk. Dit leidde ertoe dat afdoening van de aanvraag binnen de 48 uur niet meer redelijk was, en dat eiser als gevolg daarvan onnodig een extra nacht in de AC moest doorbrengen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met deze overwegingen, en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens overschrijding van de 48-uursprocedure door langdurige wachttijd op een tolk, en verweerder wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.