ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5507
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van onvoldoende aannemelijkheid overlijden vader en traumabeleid
Eiser, een minderjarige Chinese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met het argument dat zijn vader was gedood door de politie in China. Hij baseerde zijn aanvraag op het traumabeleid en klemmende humanitaire redenen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen documenten kon overleggen ter onderbouwing van zijn verhaal en de verklaring omtrent het overlijden van zijn vader niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het voornemenformulier voldoende duidelijk maakte dat de aannemelijkheid van het overlijden ter discussie stond, zodat eiser voldoende gelegenheid had om zijn zienswijze te geven. De rechtbank vond dat verweerder terecht had geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn vader was overleden, mede omdat hij dit slechts van een derde had vernomen en geen getuige was van het incident.
Verder concludeerde de rechtbank dat het beroep op het traumabeleid niet slaagde omdat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria en de dood van de vader niet kon worden herleid tot een van de gronden in het beleid. Ook het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en tegenstrijdige verklaringen ondermijnden de geloofwaardigheid van het asielverzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.