ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5521
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
Een vreemdeling met de Indiase nationaliteit verbleef in bewaring na een besluit van 8 februari 2002. De Staatssecretaris van Justitie had de voortzetting van deze vrijheidsontnemende maatregel gemeld aan de rechtbank, die vervolgens het beroep tegen deze voortzetting behandelde.
Tijdens de procedure bleek dat de Staatssecretaris onvoldoende informatie kon verstrekken over het voortvarend handelen met betrekking tot de uitzetting van de vreemdeling. Met name was onduidelijk waarom de presentatie van de vreemdeling aan de Indiase consul op 14 maart 2002 niet had plaatsgevonden, terwijl dit noodzakelijk was voor het verkrijgen van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat deze onzekerheid en het ontbreken van adequate informatie voor rekening van de Staatssecretaris komen.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de bewaring vanaf 15 maart 2002 onrechtmatig was en beval de opheffing van de maatregel. Tevens werd een schadevergoeding toegekend voor 31 dagen onrechtmatige bewaring, gematigd tot 50% van het standaardbedrag, wat neerkwam op €1.085. Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €322. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beval opheffing van de bewaring en kende een schadevergoeding van €1.085 toe wegens onrechtmatige voortzetting.