ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5531
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 24 april 2002 staande gehouden in een woning op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat een werkzoekende vrouw zich met een vermoedelijk vals paspoort bij een uitzendbureau had gemeld en die vrouw in die woning zou verblijven. De politie trad met een machtiging de woning binnen en hield eiser staande.
De rechtbank stelt vast dat het enkele feit dat eiser in dezelfde woning werd aangetroffen waar een andere vreemdeling mogelijk illegaal verbleef, niet zonder meer een redelijk vermoeden van illegaal verblijf oplevert. Er ontbrak een direct voorafgaand contact of concrete feiten die een dergelijk vermoeden konden rechtvaardigen.
Daarom werd de staandehouding onrechtmatig geoordeeld en was de daaropvolgende vrijheidsontnemende maatregel in strijd met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, waarbij de bewaring reeds was opgeheven. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €570,- voor de onrechtmatige vrijheidsbeneming en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de staandehouding onrechtmatig was en kent een schadevergoeding toe van €570.