ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6074
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste draagkrachtberekening in Vergoedingenbesluit gemeente Zoetermeer
Eisers ontvingen een financiële tegemoetkoming voor de plaatsing van een traplift in hun woning, waarbij de eigen bijbetaling door verweerder werd vastgesteld op ƒ 3000,-. Eisers stelden dat de draagkrachtberekening niet in overeenstemming was met artikel 3 van Pro de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg.
De rechtbank analyseerde de Regeling en concludeerde dat de systematiek van draagkrachtberekening sinds de wijziging in 1996 gelijk is gebleven. Dit houdt in dat de draagkracht moet worden berekend over het surplus boven 1,5 maal het norminkomen, met een maximale draagkracht van ƒ 100,- plus een draagkrachtpercentage over dat surplus.
Verweerder had echter de draagkracht berekend als het verschil tussen het norminkomen en het netto inkomen, wat niet strookt met de Regeling. De rechtbank oordeelde dat deze wijze van berekening onjuist is en dat de eigen bijbetaling derhalve onjuist is vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen conform de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe correcte draagkrachtberekening conform artikel 3 van de Regeling.