ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6176
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na afwijzing asielaanvraag
De vreemdeling, die een asielaanvraag indiende, werd aanvankelijk in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Na het indienen van de asielaanvraag werd de bewaring opgeheven en werd hij onder de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55 Vw Pro 2000 geplaatst in het aanmeldcentrum. Na afwijzing van de asielaanvraag op 10 mei 2002 werd de vreemdeling opnieuw in bewaring gesteld.
De rechtbank overwoog dat er een duidelijk onderscheid bestaat tussen de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55, eerste lid, en de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 59 Vw Pro 2000. De maatregel op grond van artikel 55 is Pro slechts gerechtvaardigd indien de aanwezigheid noodzakelijk is voor het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling geen aannemelijke twijfel omtrent zijn leeftijd had aangetoond; een leeftijdsonderzoek was daarom niet vereist.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was opgelegd, gelet op het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, het ontbreken van een identiteitsbewijs en het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.