ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6274
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, van Oekraïense nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst werd afgewezen in het kader van de aanmeldcentrumprocedure. Zij stelde dat de strikte toepassing van artikel 4:6 Awb Pro tot schending van artikel 3 EVRM Pro leidt en dat nieuwe feiten en omstandigheden zich voordeden na haar eerdere procedure, die zij vrijwillig had beëindigd. De rechtbank oordeelde dat zij in de eerdere procedure een volledig inhoudelijk oordeel had kunnen verkrijgen, maar dat het intrekken van die procedure door haar gemachtigde geheel in haar risicosfeer lag.
De rechtbank stelde vast dat de door eiseres aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder vermoedens van geweld en bedreigingen, reeds in eerdere procedures waren meegewogen of niet concreet en verifieerbaar waren. De overgelegde documenten en verklaringen werden niet als voldoende nieuw of overtuigend beschouwd. Er was geen sprake van nova in de zin van artikel 4:6 Awb Pro die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het bestuursorgaan terecht de aanvraag had afgewezen en dat er geen grond was voor het treffen van een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.