ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvangverzoek asielzoeker na Dublinclaim conform regelgeving
Verzoeker, een asielzoeker uit de Federale Republiek Joegoslavië, heeft op 26 mei 2002 een asielaanvraag ingediend. Op 27 mei 2002 is een Dublinclaim gelegd bij de Duitse autoriteiten, waarna het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) het verzoek om opvang afwees. Verzoeker stelde dat de opvang ten onrechte werd geweigerd omdat de Dublinclaim onterecht was gelegd en verwees naar politieke toezeggingen om Dublinclaimanten opvang te bieden.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 2a van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) en artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 het enkel leggen van een Dublinclaim voldoende is om opvang te weigeren, tenzij sprake is van schrijnende humanitaire omstandigheden, die hier niet zijn gesteld of gebleken. Politieke toezeggingen en moties van de Tweede Kamer kunnen de geldende regelgeving niet wijzigen.
De rechtbank concludeert dat de weigering van opvang conform de geldende regelgeving is en dat het beroep ongegrond is. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van opvang na het leggen van een Dublinclaim wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.