ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6301
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.E. Hodiamont-Kroon
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring door niet tijdige kennisgeving
De vreemdeling werd op 1 juni 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerdere beroepen tot opheffing van de bewaring werden ongegrond verklaard. Bij beroep van 31 oktober 2001 werd bezwaar gemaakt tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en werd tevens schadevergoeding gevorderd.
De bewaring werd op 6 november 2001 opgeheven, maar de rechtbank constateert dat de kennisgeving van voortzetting van de bewaring niet tijdig is verzonden zoals vereist in artikel 96 Vw Pro 2000. Dit maakt de bewaring onrechtmatig vanaf 22 augustus 2001. De rechtbank oordeelt dat tot die datum voldoende zicht op uitzetting bestond en dat verweerder voortvarend heeft gehandeld.
De rechtbank wijst het beroep toe en kent een schadevergoeding toe van € 5.320,-- voor de periode van 22 augustus tot en met 5 november 2001, gebaseerd op richtlijnen voor vergoeding immateriële schade bij vrijheidsontneming. Tevens worden proceskosten van € 644,-- toegewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen aan de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en volledige schadevergoeding van € 5.320,-- toegekend wegens onrechtmatige bewaring.