ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige herhaalde bewaring vreemdeling na vrijwillige melding
De vreemdeling werd op 8 december 2001 in bewaring gesteld, maar deze bewaring werd op 28 mei 2002 opgeheven vanwege een vormfout van de overheid. Bij ontslag uit het huis van bewaring werd de vreemdeling aangezegd zich opnieuw te melden bij de vreemdelingendienst. Hij deed dit op 29 mei 2002, waarna hij nog dezelfde dag opnieuw in bewaring werd gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelde of deze herhaalde bewaring rechtmatig was. Gezien het feit dat de vreemdeling zich vrijwillig had gemeld na opheffing van de eerste bewaring, mocht de overheid niet opnieuw overgaan tot bewaring op grond van genoemd wetsartikel. De maatregel was daarom van meet af aan onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, beval de opheffing van de bewaring met ingang van 7 juni 2002 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten van €322. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.M. de Klerk en griffier M.C. Willemsen op 7 juni 2002.
Uitkomst: De herhaalde bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en opgeheven.