ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6348
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid weigering verblijfsvergunning aan dienstweigeraars uit Joegoslavië
Verzoekers, afkomstig uit de Federatieve Republiek Joegoslavië en moslim uit de Sandjak-regio, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van vreemdelingenwetgeving vanwege dienstweigering tijdens het Kosovo-conflict.
De Staatssecretaris van Justitie wees de aanvragen af, stellende dat verzoekers geen gegronde vrees voor vervolging hadden en twijfelde aan de geloofwaardigheid van hun asielrelaas en documenten. Verzoekers voerden aan dat zij recht hadden op toelating op grond van werkinstructie 234, die destijds een A-status verleende aan dienstweigeraars uit de FRJ.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de oorspronkelijke besluiten onrechtmatig waren omdat verweerder ten onrechte geen toepassing gaf aan werkinstructie 234 en bij de bezwaarschriften onjuist het toetsingskader hanteerde. Verweerder had moeten beoordelen of zich intrekkingsgronden voordeden in plaats van verleningsgronden. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond werd verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluiten vernietigd en nieuw besluit opgedragen.