ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6550
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van onvoldoende zwaarwegend vluchtrelaas en categoriale bescherming
Verzoeker, van Russische afkomst en woonachtig in Tsjetsjenië, heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Hij stelde dat hij vanwege discriminatie en mishandeling door Tsjetsjeense medeburgers bescherming nodig had. De rechtbank oordeelde dat het vluchtrelaas onvoldoende zwaarwegend was voor vluchtelingenstatus, mede omdat verzoeker eenvoudig kon ontsnappen en geen substantiële discriminatie kon worden vastgesteld.
Daarnaast werd beoordeeld of verzoeker in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waaronder humanitaire redenen en categoriale bescherming. De rechtbank stelde vast dat er geen reden was om categoriale bescherming toe te kennen, omdat de situatie in Tsjetsjenië niet zodanig was dat terugkeer naar andere delen van de Russische Federatie als onaanvaardbaar kon worden beschouwd.
Het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en het beleid van de staatssecretaris werden als betrouwbaar en voldoende onderbouwd beschouwd. Verzoeker had geen redelijke kans op ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier. Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar werden daarom afgewezen en ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar worden afgewezen en ongegrond verklaard; uitzetting van verzoeker mag plaatsvinden.