ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6586
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende inzicht in uitzettingsprocedure staatloze Palestijn
Eiser, een staatloze Palestijn, werd op 25 juni 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde opheffing van de bewaring en schadevergoeding. Tijdens de zitting op 3 juli 2002 werd het verzoek van verweerder om nieuwe stukken over te leggen afgewezen wegens niet-naleving van richtlijnen.
Eiser voerde aan dat hij geen rechtsbijstand had gekregen tijdens het artikel 59-gehoor en dat het onduidelijk was waarom hij bij de Marokkaanse autoriteiten zou worden gepresenteerd, aangezien er geen aanknopingspunten met Marokko waren. Verweerder stelde dat eiser geen rechtsbijstand wilde en dat een tolk had aangegeven dat eiser uit Marokko kwam, hoewel dit niet schriftelijk was vastgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal van het gehoor juist was en dat de bewaring niet onrechtmatig was vanwege het ontbreken van rechtsbijstand. Echter, de enkele mededeling dat eiser uit Marokko afkomstig zou zijn, was onvoldoende onderbouwd. Door het ontbreken van duidelijke informatie over het uitzettingstraject was de bewaring onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op per 4 juli 2002 en kende eiser een schadevergoeding toe van €855,-. Tevens werden de proceskosten van €644,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onvoldoende onderbouwing van het uitzettingstraject en er wordt een schadevergoeding toegekend.