ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6754
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wegens klemmende humanitaire redenen voor Iraakse eisers
Eisers, afkomstig uit Irak, vorderden vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De Staatssecretaris van Justitie wees deze aanvragen af, stellende dat eiser sub 1 geen gegronde vrees voor vervolging had en dat geen klemmende humanitaire redenen bestonden.
De rechtbank oordeelde dat het gehoor door een ambtelijke commissie zonder rechtsbijstand in beginsel onzorgvuldig is, maar dat eisers hierdoor niet in hun belangen zijn geschaad. De persoonlijke omstandigheden van eisers, waaronder het ontbreken van concrete vervolgingsdreiging en het feit dat zij sinds 1991 in Centraal-Irak woonden, maakten hun beroep op vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning ongegrond.
De rechtbank constateerde dat het vertrekmoratorium de situatie rondom terugkeer onduidelijk maakt, maar dat een nadere beoordeling dit onaanvaardbaar zou vertragen. Ook werd het beroep op artikel 3 EVRM Pro verworpen wegens gebrek aan reëel risico op onmenselijke behandeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de Iraakse eisers worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun aanvragen bevestigd.