ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7075
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een Somalische minderjarige, vroeg in april 1998 asiel aan en werd eerder onherroepelijk geweigerd voor vluchtelingenstatus en humanitaire verblijfsvergunning. De huidige procedure betreft de vraag of de weigering van een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) terecht is.
Verweerder stelde dat eiser terecht kan verblijven bij zijn oom of tante in Somalië, en dat van deze familieleden verwacht mag worden zich met eiser naar het veilige deel van Somalië te begeven. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke mogelijkheid dat eiser zich naar het onveilige gebied begeeft om opvang te realiseren.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn tante is overleden en dat het feit dat hij geen contact had met zijn familie sinds vertrek niet betekent dat adequate opvang is verdwenen. Omdat verweerder geen nader onderzoek heeft verricht naar de praktische haalbaarheid van de opvang, kon het besluit niet in stand blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar opvangmogelijkheden.