ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7093
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- J.F. Miedema
- K.I. Hilberts-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding na onrechtmatige bewaring vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard
De vreemdelinge werd op 18 oktober 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Bij uitspraak van 30 januari 2002 werd het eerdere beroep tegen deze maatregel gegrond verklaard en werd de bewaring per 30 januari 2002 opgeheven. Op 6 februari 2002 diende de vreemdelinge een verzoek tot schadevergoeding in voor de dag dat zij onterecht in bewaring verbleef.
De rechtbank overwoog dat een verzoek om schadevergoeding slechts kan worden ingediend in combinatie met een beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel of ter zitting ter behandeling van dat beroep. Omdat in deze zaak geen beroep was ingesteld, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verwierp het standpunt dat een verzoek om schadevergoeding ambtshalve als een beroep tegen de maatregel kan worden beschouwd.
Daarnaast werd overwogen dat de bewaring onrechtmatig was omdat de uitzetting onvoldoende werd voorbereid. De bewaring werd daarom opgeheven met ingang van 30 januari 2002. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af vanwege procedurele redenen, ondanks de erkenning van onrechtmatigheid van de bewaring.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 4 juli 2002 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen beroep tegen de maatregel was ingesteld.