ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7099
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning en matiging van schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 30 mei 2001 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De bewaring werd onrechtmatig toen de kennisgeving ex artikel 96 Vw Pro niet tijdig werd gedaan, waardoor de bewaring vanaf de dag na de vervaldatum van de kennisgeving onrechtmatig was. De rechtbank erkent het belang van de kennisgeving als controlemechanisme ter bescherming van de vreemdeling en wijst schadevergoeding toe vanaf die datum.
Verweerder stelde voor de schadevergoeding te matigen vanwege de formele aard van de fout en het feit dat de vreemdeling zich bewust was van zijn illegale verblijf en criminele activiteiten, waardoor matiging gerechtvaardigd is. De rechtbank bevestigt dat matiging mogelijk is, maar benadrukt dat het nalaten van de kennisgeving een ernstige fout is die niet lichtvaardig mag worden beoordeeld.
De vreemdeling verbleef sinds 1995 zonder verblijfstitel en had eerder in bewaring gezeten. Hij pleegde woninginbraken en werd veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf. De rechtbank acht het gedrag van de vreemdeling een reden voor matiging van de schadevergoeding tot € 17,50 per dag. Van de vreemdeling kon niet worden verwacht dat hij zijn schade zou beperken door tijdig beroep in te stellen, omdat het de plicht van verweerder is de termijnen te bewaken.
De rechtbank kent een schadevergoeding van € 245 toe voor 14 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 805. Het beroep wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding toegewezen.
Uitkomst: Schadevergoeding van € 245 toegekend wegens onrechtmatige bewaring met matiging vanwege het gedrag van de vreemdeling.