ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.J. Bosma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering voortgezet verblijf wegens schending artikel 8 EVRM
Eiser, sinds 1991 in Nederland verblijvend en vader van een kind geboren uit een relatie met een Nederlandse partner, kreeg geen vergunning tot voortgezet verblijf vanwege het verbreken van de relatie en een strafrechtelijke veroordeling tot 180 uur onbetaalde arbeid. Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf en dat het belang van Nederland zwaarder woog dan het gezinsleven van eiser.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen recht had op voortgezet verblijf op grond van het beleid en de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23), mede vanwege zijn criminele antecedenten. Echter, de rechtbank stelde vast dat de belangenafweging onjuist was gemaakt en dat het belang van eiser bij het onderhouden van intensief contact met zijn jonge kind zwaarder woog dan het belang van verweerder.
De rechtbank erkende dat er sprake was van een schending van artikel 8 EVRM Pro omdat de inmenging in het gezinsleven niet proportioneel was. Mede vanwege de regelmatige omgang, financiële bijdrage en het jonge kind, werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van voortgezet verblijf wegens schending van artikel 8 EVRM en beveelt een nieuw besluit.