ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7231
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.I. Klaassens
- J.L. Boxum
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning wegens onvoldoende vluchtelingenstatus en humanitaire gronden
Eisers, afkomstig uit Azerbeidzjan met een gemengd huwelijk tussen een Azeri man en een Armeense vrouw, vorderen een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire redenen. De rechtbank beoordeelt of eiseres nog een reëel risico loopt op vervolging in Azerbeidzjan. Ambtsberichten uit 1999 en 2001 tonen dat Armeniërs, vooral vrouwen gehuwd met Azeri mannen, incidenteel te maken krijgen met minder ernstige discriminatie, maar niet met vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Eiseres beschrijft incidenten van bedreiging en mishandeling, maar deze worden door de rechtbank als incidenteel en niet als vervolging aangemerkt. Tevens is onvoldoende aannemelijk dat de autoriteiten geen bescherming kunnen bieden, hoewel zij mogelijk minder geneigd zijn Armeniërs te beschermen. Het beroep op traumatische klachten wordt verworpen omdat niet is gebleken dat deze zodanig zijn dat terugkeer onredelijk is.
De rechtbank overweegt dat de situatie in Azerbeidzjan sinds 1994 niet zodanig is dat er sprake is van vluchtelingenstatus. De eerdere vervolgingen in 1990 zijn niet relevant voor de huidige beoordeling. Ook het beroep op humanitaire gronden en het oude rechtsregime leidt niet tot een gunstiger uitkomst. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor kostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep op verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vervolging of humanitaire gronden.